Toen mijn opa negentig jaar geleden begon waren de kapsalons voor mannen en vrouwen gescheiden, want samen kon in die tijd niet. Hij loste dit op door een soort gordijn als afscheiding in de zaak te spannen. Mijn oma, die ook kapster was, deed het haar van de vrouwen en opa dat van de mannen. Dit gescheiden knippen duurde tot omstreeks 1965. In de dameskapsalon stonden tot ongeveer 1960 zelfs schotten tussen de stoelen. De klanten wilden niet dat anderen zouden weten wat er met hun haar gebeurde. Een kleurspoeling bijvoorbeeld was in die tijd “not done”. Vrouwen die dit wensten kwamen in een soort tent te zitten zodat niemand iets kon zien. Uiteraard wist iedereen dat het om een kleurspoeling ging, maar toch!
Op zaterdag werd er niet geknipt. Dat was de dag dat de mannen zich lieten scheren. De vaste klanten hadden een eigen laatje met scheergerei, anderen moesten het doen met het mes van de kapper. Mijn vader had er een hekel aan. Nadat hij in 1957 de zaak overnam werd er niet meer geschoren.
Op woensdagmiddag was het kinderknippen. Tot twaalf jaar was dit goedkoper, maar eigenlijk zou dit duurder moeten zijn want het was veel meer werk aangezien de kinderen nooit stil zaten. Dit aparte kinderknippen stopte rond 1975.